M-gineers

Achter die stedelijke vernieuwing gaat een uitdagende technische opgave schuil. Door de hoge grondwaterstand en de aanwezigheid van meerdere ondergrondse niveaus wordt de realisatie in grote mate bepaald door wat zich onder het maaiveld afspeelt. Voor de studies stabiliteit en akoestiek deed CORES Development dan ook een beroep op M-gineers, dat mee de technische randvoorwaarden voor het project in kaart bracht.

Werken in een complexe stedelijke context

De ligging van Friendship Residence aan het Antwerpse Eilandje brengt specifieke logistieke uitdagingen met zich mee. Het terrein wordt volledig omsloten door tramsporen, waardoor de ruimte voor werfinrichting, opslag en transport beperkt is. Bovendien staat midden op de site een tractiestation van De Lijn dat gedurende de volledige uitvoering behouden moet blijven.

Ook de aanwezigheid van een operationeel Total-tankstation beïnvloedt de planning. Omdat het station zich bevindt op de locatie waar later een van de woongebouwen wordt gerealiseerd, verloopt de ontwikkeling gefaseerd. Eerst moet een nieuwe locatie voor het tankstation operationeel zijn voordat de bestaande infrastructuur kan verdwijnen en de volgende bouwfase kan starten.

Waterdichte bouwkuip als technische sleutel

De grootste uitdaging bevindt zich echter onder de grond. Door de nabijheid van de dokken bevindt het grondwater zich op sommige plaatsen al tussen één en twee meter onder het maaiveld. Die omstandigheden maken een waterdichte ondergrondse constructie essentieel.

Om de bouwput te kunnen realiseren tot drie niveaus ondergronds wordt rondom een beschoeiingswand voorzien die reikt tot in de boomse klei. Die klei zorgt voor de waterdichting langs de onderzijde van de bouwput, zodat bij het verlagen van de grondwaterstand in de bouwput de invloed aan de buitenzijde verwaarloosbaar is.

Het gros van de beschoeiingswand wordt traditioneel uitgevoerd met een voorzetwand om de finale waterdichting te garanderen. Langs twee zijden is er echter geopteerd om te werken zonder voorzetwand, maar met een damwand in de beschoeiingswand die in uiteindelijke toestand zichtbaar blijft langs de binnenzijde van de parking. Deze damplanken zorgen voor de stabiliteit en waterdichting van de beschoeiingswand, en resulteert in bijna een halve meter extra ruimte, wat cruciaal was om voldoende parkeerplaatsen te kunnen realiseren.

Funderingen afgestemd op de ondergrond

Ook de funderingsstrategie werd afgestemd op de specifieke bodemomstandigheden van de site. Zo worden de zones die reiken tot niveau min drie gefundeerd op zolen. Om de opwaartse druk van het grondwater op te vangen, worden deze aangevuld met trekpalen.

Op andere locaties volstaat de draagkracht van de ondergrond niet en wordt gekozen voor paalfunderingen. Zo ontstaat een slimme puzzel van funderingssystemen die inspeelt op de specifieke omstandigheden van elk bouwdeel.

“Onder de gebouwen wordt bovendien een geothermisch BEO-veld geïntegreerd. Dat vraagt een zorgvuldige afstemming tussen funderingen, ondergrondse constructies en technieken, lang voor de uitvoering van start gaat”, vertelt Dave De Borchgrave, Projectleider Stabiliteit bij M-gineers.

Gefaseerde uitvoering bepaalt het bouwritme

Friendship Residence bestaat uit zes bouwblokken, die variëren van vier tot tien bouwlagen. Bovengronds wordt gewerkt met een klassieke efficiënte betonnen draagstructuur. De technische complexiteit situeert zich dus vooral in de onderbouw, met name de overgang van gelijkvloers naar min één en de gefaseerde uitvoering.

De grondwerken zijn in augustus gestart en de eerste betonwerken worden vervolgens begin volgend jaar verwacht. De verdere voortgang blijft daarbij nauw verbonden met de gefaseerde verhuis van het tankstation en de logistieke randvoorwaarden op de site.

Met Friendship Residence krijgt de iconische Chiquita-site niet alleen een nieuwe stedelijke invulling, maar wordt ook duidelijk hoe hedendaagse stadsontwikkelingen steeds vaker worden gestuurd door complexe technische randvoorwaarden die voor voorbijgangers grotendeels onzichtbaar blijven. Nog voor de eerste woontorens het Antwerpse stadsbeeld mee vormgeven, wordt onder onze voeten al een belangrijk deel van het succes van het project bepaald.

Beelden: © Cores Development

Endoscopie is een medische techniek die wordt gebruikt voor diagnose en behandeling van aandoeningen zonder dat er grote chirurgische ingrepen nodig zijn. De nieuwe infrastructuur is specifiek ontworpen om de optimale omstandigheden te bieden voor deze hoogtechnologische onderzoeken, met aandacht voor de nieuwste medische apparatuur en de hoogste standaarden van patiëntcomfort en hygiëne.

In dit artikel nemen we je verder mee in de details van dit project.

Een nieuwe fase voor de dienst Endoscopie

Het project betreft een renovatie van meer dan 3.500 m² met focus op endoscopisch onderzoek met o.a. onderzoekszalen, interventionele zalen en gespecialiseerde ruimtes, meer specifiek:

Projectfasering en planning

De uitvoering ging maart 2025 van start en verloopt in twee grote fasen. Het volledige project zal naar verwachting 3,5 jaar duren. Deze tijdspanne is nodig om de complexiteit van de renovatie en de integratie van geavanceerde technieken te realiseren.

Uitdagingen en innovatieve oplossingen

Dit project brengt een aantal specifieke uitdagingen met zich mee.  Zo is het project opgedeeld in twee fases zodat de afdeling Endoscopie én de omliggende afdelingen gedurende de werken in dienst kunnen blijven.

Verder is er de integratie van luchtbehandelingssystemen in een beperkt beschikbare ruimte. De oplossing hiervoor werd gevonden in de optopping van een technische ruimte op het tweede niveau, boven de Intensive Care afdeling. Hier zullen zeven luchtgroepen worden geplaatst, wat noodzakelijk is om de luchtkwaliteit in de verschillende afdelingen te waarborgen.

Daarnaast is er de beperkte hoogte van de verlaagde plafonds, die obstakels vormden door de aanwezigheid van ribben en bouwkundige balken. Om dit te verhelpen, hebben we besloten om filterfanunits met HEPA-filters te plaatsen in de verlaagde plafonds. De recirculatie-lucht wordt gefilterd via een filtercombinatie met compacte fijn- en koolstoffilters in de wanden, waardoor we een efficiënte oplossing hebben gevonden voor zowel de ruimte als de hygiënische eisen.

Een staaltje van creativiteit van de ontwerpers en opdrachtgever om dit in elkaar te doen passen!

Energie-efficiëntie en duurzaamheid

Energie-efficiëntie is een prioriteit in dit project. De luchtgroepen en luchtkanalen zijn voorzien van CV- en ijswaterbatterijen die klaar zijn voor een toekomstige aansluiting op Kritieke Diensten II (nieuwbouw fase VIII). De batterijen zijn al gedimensioneerd op lage warmwatertemperaturen en hoge ijswatertemperaturen, wat een eenvoudige omschakeling mogelijk maakt van zodra Kritieke Diensten II in gebruik genomen wordt.

Daarnaast zijn er verschillende maatregelen getroffen om energie te besparen, zoals de toepassing van bewegingsdetectie in sanitaire ruimtes, circulatiewegen en andere niet-bezette ruimtes. In tijdelijk bezette ruimtes wordt dan weer afwezigheidsdetectie gebruikt.

Het belang van Revit in het ontwerp

Het ontwerp van dit project is uitgevoerd in Revit, een onmisbaar gegeven voor het coördineren van de vele nieuwe technieken in combinatie met de bestaande technieken. Door het gebruik van deze 3D-modelleringssoftware kunnen we conflicten tussen de verschillende systemen in de verlaagde plafonds al in een vroeg stadium van het ontwerp identificeren en oplossen. Dit bespaart niet alleen tijd, maar zorgt er ook voor dat de aannemers bij de start van de uitvoering direct met een goed gecoördineerd plan kunnen werken.

Dit renovatieproject van UZ Leuven is een complex verhaal dat zowel technische uitdagingen als kansen biedt om de zorgfaciliteiten van de toekomst te realiseren, en we kijken met vertrouwen uit naar het eindresultaat.

Beelden: © archipelago en Gortemaker Alfra Feenstra

De combinatie van een open kantoorlandschap en beperkte structurele aanpassingsmogelijkheden vroeg om een doordachte aanpak. Het resultaat is een project waarin akoestiek en architectuur zorgvuldig op elkaar zijn afgestemd.

Open structuur als uitgangspunt

Het hoofdkantoor van zo’n 3.600 m² is opgevat als een open en transparante werkomgeving, waarin zichtbare CLT-structuren en natuurlijke materialen een belangrijke rol spelen. Die architecturale keuze versterkt de ruimtelijke kwaliteit, maar brengt tegelijk akoestische uitdagingen met zich mee. Grote, open oppervlaktes en harde materialen zorgen immers snel voor een verhoogde nagalmtijd.

Omdat het ontwerp al ver gevorderd was op het moment dat de akoestische studie werd opgestart, waren ingrijpende structurele aanpassingen geen optie. De focus verschoof daardoor naar oplossingen die geïntegreerd konden worden in de afwerking en inrichting.

Strikte eisen als kader

Voor het project werd ingezet op een BREEAM Excellent-certificering, wat de akoestische prestaties tot een belangrijk aandachtspunt maakte. De Nederlandse BREEAM-richtlijnen leggen daarbij andere accenten dan de internationale voorschriften, met bijvoorbeeld strengere normen op het vlak van nagalmtijd. In veel projecten wordt dit opgevangen met klimaatplafonds die zowel thermisch als akoestisch functioneren.

“In dit geval werd echter bewust gekozen voor een leemplafond, om esthetisch aan te sluiten bij het interieur en de natuurlijke, aardse sfeer die het merk kenmerkt. Omdat dit plafond weinig tot geen akoestische eigenschappen heeft, viel de klassieke oplossing weg. Daardoor moest gezocht worden naar alternatieve ingrepen om de akoestische prestaties op het vereiste niveau te brengen,” vertelt Jarl Aerts, Projectleider Akoestiek bij M-gineers.

Materiaalkeuzes met impact

Als antwoord op deze randvoorwaarden werd de vloerafwerking ingezet als akoestische hefboom. Er werd gekozen voor een tapijt met een absorptiecoëfficiënt van 0,35, wat uitzonderlijk hoog is voor tapijt. Deze oplossing werd over de volledige kantooroppervlakte toegepast. Hoewel er aanvankelijk terughoudendheid bestond rond onderhoud en gebruik, bleek deze ingreep cruciaal om de nagalmtijd doeltreffend te beperken en het gewenste comfortniveau te behalen.

“Aanvullend werd ingezet op absorberende elementen in het interieur. Zo werden panelen geïntegreerd in kasten en werden werkplekken voorzien van scheidingspanelen die niet alleen visueel structuur brengen, maar ook bijdragen aan het akoestisch comfort. Door dergelijke ingrepen subtiel in het ontwerp te verweven, bleef de architecturale kwaliteit behouden,” legt Jarl uit.

Resultaat in gebruik

Het gebouw werd opgeleverd in het voorjaar van 2025. Ondanks de complexe uitgangssituatie werd een akoestisch niveau bereikt dat vergelijkbaar is met dat van kantoren met een traditioneel akoestisch plafond.

Het project toont aan dat ook binnen een open en industrieel kantoorconcept sterke akoestische prestaties haalbaar zijn, zelfs wanneer de studie pas in een later stadium van het ontwerpproces wordt opgestart. Tegelijk benadrukt deze ervaring het belang van een vroege betrokkenheid, waarbij akoestiek van bij de start integraal kan worden meegenomen in het ontwerp. Door slimme keuzes en een geïntegreerde aanpak ontstaat uiteindelijk een werkomgeving waarin comfort, duurzaamheid en architectuur elkaar versterken.

Beelden: © BEVER OUTDOOR

Het project Anversa combineert betaalbare studentenhuisvesting met stedelijke functies in een open plint. Het ontwerp speelt in op de schaal en het ritme van de buurt. Naast 130 ondergrondse parkeerplaatsen en een fietsenstalling voor 300 fietsen komen er ook een ontharde binnentuin en groendaken. Alle wooneenheden zullen fossielvrij verwarmd en gekoeld worden, een bewuste keuze richting een duurzamere toekomst.

Flexibele en creatieve aanpak

De oorspronkelijke structuur was bedoeld voor kantoorfuncties, wat vandaag een uitdaging vormt. De circulatie moest volledig hertekend worden. Trappenkernen worden verplaatst en dat verandert de volledige lastafdracht in het gebouw. Die structurele hertekening vergde uitgebreide stabiliteitsstudies. De experts van M-gineers hadden weinig informatie over de bestaande structuur en fundering. Dat dwong hen om bij aanvang veel aannames te maken.

Ook de  fundering was vooraf een vraagstuk. Omdat het gebouw twee kelderniveaus telt en er grondwater aanwezig is, konden de ingenieurs de funderingen aanvankelijk niet onderzoeken. Pas nadat ze het grondwater tijdelijk verlaagden, konden ze boringen uitvoeren. Hieruit bleek dat sommige zaken toch anders in elkaar zitten dan eerst gedacht en dat de fundering zelfs verschilt van plek tot plek. De ingenieurs moesten hun plannen tijdens de uitvoering snel en doordacht bijsturen.

Ingrijpende renovatie met structurele ingrepen

Anversa bestaat uit twee verbonden volumes die vandaag nog samenhangen via een gedeelde trappenkern. Die kern verdwijnt volledig, waardoor beide volumes constructief losgekoppeld worden. Daarna worden ze opnieuw gekoppeld, maar op een andere, niet structurele manier. De gebouwen worden volledig gestript. Vooral de complexe uitkragende gevels en de kenmerkende kapeldaken vormen een uitdaging. Die verdwijnen of worden hertekend om het nieuwe architecturale beeld te ondersteunen.

Complex project vereist breed inzicht

Waarom koos bouwheer Antonissen Development Group voor M‑gineers? Omdat ze méér zijn dan stabiliteitsingenieurs. Het multidisciplinaire team combineert structurele kennis met een sterk inzicht in de werking van andere bouwdisciplines. Dat is essentieel in dit soort projecten, waar wijzigingen van invloed zijn op alle onderdelen. M‑gineers heeft ervaring met technisch complexe renovaties en kan desgewenst zelfs al van bij de start een multidisciplinaire aanpak hanteren. En dat resulteert steeds in een robuuste, toekomstgerichte oplossing.

Timing is alles: klaar voor het volgende academiejaar

Op dit moment zijn de werken aan de ruwbouw volop aan de gang. De gebouwen zijn gestript  en de funderingswerken zijn uitgevoerd. De uitvoering dient tegen academiejaar ’26-’27 klaar te zijn. De strakke planning is voelbaar op de werf. Iedereen beseft het belang van die deadline, en dus is er veel bereidheid om samen vooruit te gaan.

Renders: © Antonissen Development Group

Rijke geschiedenis

Gelegen op de Galgenberg, domineert het gebouw de skyline van Brussel. Het heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de bouw in 1866 onder leiding van architect Joseph Poelaert. Het paleis werd voltooid in 1883 en bevat talloze rechtbankzalen, kantoren en indrukwekkende trappenhuizen, die allemaal bijdragen aan de grandeur en monumentaliteit van het gebouw. 

Het gebouw is 104 meter hoog en heeft een oppervlakte van 26.000 vierkante meter, wat het een van de grootste gerechtsgebouwen ter wereld maakt.

Renovatie van historisch patrimonium

In opdracht van de Regie der Gebouwen ondergaat het Justitiepaleis een grootschalige restauratie. Onze rol in dit project richt zich op de stabiliteitsstudies voor de gevelrestauratie en, van vitaal belang voor de veiligheid van de renovatiewerkzaamheden, van de steigers.

Het behoud van de originele gevels is cruciaal voor het bewaren van het karakter en de historische authenticiteit, evenals het waarborgen van het functioneren van het Justitiepaleis. Tijdens de restauratie worden uitgebreide stabiliteitsstudies uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de gevels behouden blijven terwijl ze worden versterkt en hersteld.

Steigers en vooronderzoek

Door de omvang van het gebouw zijn de werken opgedeeld in verschillende fases. De eerste fase restauratiewerken is momenteel in uitvoering en betreft de voorgevel aan het Poelaertplein (zone A). Aan de zone rond de koepel (zone B1) worden momenteel de steigers aangepast en voor de gevels Wolstraat en De Wynantsstraat, met hun binnenkoeren, zijn de eerste studies opgestart. 

Figuur 1: aanduiding fasering

De delen ‘Zone A’ en ‘Zone B1’ staan al lange tijd in de steigers. Voordat de werken konden beginnen, waren deze steigers dan ook toe aan een grondig nazicht. De steiger aan het Poelaertplein, gebouwd begin 2000, diende oorspronkelijk om steenval op het openbaar domein te voorkomen en een inspectie van de gevels mogelijk te maken. Omdat de 'inspectiesteiger' moest worden omgevormd tot een 'werksteiger', waren versterkingen en verdere uitbreiding nodig. Hiervoor werden er tal van controleberekeningen en proeven uitgevoerd.

Na de aanpassingswerken aan deze steiger werd het vooronderzoek voor de gevelrestauratie opgestart. Omdat er geen hedendaagse plannen beschikbaar waren, werd een volledige 3D-scan uitgevoerd, waarbij de gevelvlakken aan een volledig x-y-z-assenstelsel gekoppeld werden. Deze techniek maakte het bovendien mogelijk om aan alle oppervlakken verschillende kenmerken toe te voegen, zoals pathologiekenmerken, de profilering, de materiaalsoort, etc. Met deze informatie werkten we samen met de bouwheer en het ontwerpteam het restauratiedossier uit.

Gevelrestauratie

De gevels bestaan hoofdzakelijk uit natuursteen, waarbij op veel plaatsen steenschade werd vastgesteld. Over de jaren heeft de langdurige vochtinfiltratie gezorgd voor verwering van de steen, corrosie van de metalen onderdelen in de structuur, vorstschade en uitwassing en verzanding van de voegen. Het primaire doel bij de restauratie was dan ook het voorkomen van toekomstige vochtinfiltratie, het beschermen van de metalen onderdelen tegen corrosie waar mogelijk en het voorkomen van steenval door het vervangen van aangetaste stenen. Het uitgangspunt hierbij was steeds om de stabiliteit van het gebouw te garanderen.

Figuur 2: historisch plan met principe van de stapelbouw

De structuur van het gebouw is grotendeels opgevat als een stapelbouw, enkel in specifieke zones (bijv. boven de hoofdingang) is er gebruik gemaakt van stalen profielen. Het principe van stapelbouw berust op gewelfwerking boven raam- en deuropeningen om de overspanning te kunnen maken, wat betekent dat steenvervanging in deze specifieke zones vraagt om aangepaste stabiliteitsmaatregelen.

Bij kleine openingen is een eenvoudige schoring, soms in combinatie met een bijkomende trekwapening (bijv. plaatsing van kousankers doorheen het volledige gewelf) voldoende. Voor de grote zones werd er geopteerd om een tijdelijke schoring te voorzien onder voorspanning. Deze voorspanning zorgt ervoor dat de gewelfwerking tijdelijk wordt ‘geneutraliseerd’. Bijgevolg kunnen er met deze methodiek op een gecontroleerde wijze grote blokken natuursteen vervangen worden zonder dat er aan de huidige evenwichtstoestand van het gebouw wordt geraakt.

Gedetailleerde stappenplannen

Het spreekt voor zich dat deze kritieke werken een gedetailleerde voorbereiding vragen waarbij de samenwerking tussen de verschillende partijen essentieel is. Allereerst dient er bepaald te worden welke blokken volledig of gedeeltelijk kunnen vervangen worden en welke met lokale verankeringen kunnen worden behouden. Op basis hiervan wordt een eerste plan van aanpak opgemaakt.

Figuur 3: aanduiding steenvervanging en volgorde demontage uit plan van aanpak

Hoewel het vooronderzoek al heel wat informatie rond de gevels had opgeleverd, zijn er in uitvoering nog bijkomende analyses uitgevoerd, zoals visuele controles met opmaken van gedetailleerde voegenplannen in combinatie met scheurpatronen, snelheidsmetingen doorheen de blokken, boringen in combinatie met endoscopisch onderzoek, etc. Deze bijkomende onderzoeken zorgen niet enkel voor uitsluitsel rond de steenvervanging/stabilisatie, maar bieden ook meer inzicht in de huidige werking en opbouw van de structuur. Op deze manier wordt het plan van aanpak continu geëvalueerd en bijgestuurd in functie van de werkelijke situatie.

Volgens dit werkproces zijn de restauratiewerken van Zone A ondertussen volop lopende. Wij zijn verheugd met het positieve verloop en de constructieve samenwerking met alle bouwpartners, en kijken uit naar de volgende fases. 

M-gineers is fier om te kunnen meewerken aan het behoud van een van de meest iconische monumenten van België. Ben je geïnteresseerd in onze diensten of wil je meer weten over onze aanpak, neem dan contact met ons op. Samen zetten we ons in voor het behoud en de verbetering van waardevolle gebouwen.

Een dynamische toekomst

De inhuldiging gebeurde in aanwezigheid van prominente figuren zoals minister Sven Gatz en burgemeester Fabrice Cumps, en de vertegenwoordigers van de opdrachtgevers Kairos en Federale Real Estate. De meiboom staat symbool voor de voortgang van dit project, dat bijdraagt aan de economische ontwikkeling van Anderlecht door het aanbod van zowel leerfaciliteiten als nieuwe woningen en werkgelegenheid.

Samen leren

Met Campus Stream creëert de Vlaamse Gemeenschapscommissie een nieuwe leergemeenschap. De gemeente Anderlecht zal het kinderdagverblijf en de basisschool, genaamd Stroomboot, inrichten. GO! Scholengroep Brussel zal het nieuwe GO!4TECH verzorgen, een secundaire school met een breed aanbod van studierichtingen. In september volgend jaar zullen de eerste leerlingen er al school lopen.

Daarnaast komt er een grote sportinfrastructuur voor beide scholen, beheerd door de gemeente Anderlecht, die ook na schooluren open zal zijn. En de klaslokalen worden ‘s avonds door het volwassenenonderwijs gebruikt, wat allemaal bijdraagt aan de dynamiek van de site. 

Inspirerend ondernemen

Project Deleers biedt ook ruimte voor ondernemerschap. De site omvat verschillende bedrijfspanden voor uiteenlopende soorten ondernemingen, van kleine bedrijven tot opslagruimtes en van productiefaciliteiten tot dienstverlenende invullingen.

De bedrijfs- en handelsruimtes zijn zo ontworpen dat ze inspelen op de behoeften van moderne ondernemers. Ze bieden een inspirerende omgeving waarin creativiteit en innovatie kunnen floreren en kruisbestuiving tussen verschillende sectoren wordt gestimuleerd​​. De bedrijfsruimtes zijn bovendien ontworpen om flexibel en aanpasbaar te zijn, wat essentieel is voor groeiende bedrijven​​.

Vooruitstrevend wonen

Met drie middelgrote gebouwen met 75 appartementen en een hoger gebouw aan het kanaal, met nog eens 72 appartementen, biedt het project betaalbaar wonen met een groene uitstraling. Deze gebouwen zijn ontworpen met het oog op comfort en duurzaamheid. De open ruimtes tussen de gebouwen, gecombineerd met groene accenten, zorgen voor een aangename woonbeleving voor alle levensfases.

De meiboom als mijlpaal

Dit traditionele symbool geeft aan dat de ruwbouw het hoogste punt van het schoolcomplex heeft bereikt.

De schoolgebouwen zijn geconstrueerd met een structuur van vlakke platen en kolommen, waardoor maximale flexibiliteit wordt geboden aan de verschillende technieken, zowel tijdens het ontwerp als later tijdens het gebruik van de gebouwen. De grote overspanningen tussen de kolommen zorgen voor een flexibele en aanpasbare omgeving, wat essentieel is voor moderne stedelijke ontwikkeling. Ook zijn de gevels ontworpen met het oog op latere aanpassingen, zonder dat dit een grote impact heeft op de structuur. 

De lokalen voor het technisch en beroepsonderwijs zijn opgebouwd uit welfsels en voorgespannen betonbalken, wat deze ruimtes een industriële look geeft. De hoge gelamelleerde houten liggers boven de sporthal dragen bij aan de unieke uitstraling van het project.

Het coördineren van de stabiliteit en de technieken in de gebouwen wordt binnen M-gineers uitgevoerd, wat zorgt voor een naadloze integratie. Daarnaast verzorgen we de studies duurzaamheid en akoestiek.

Het ontwerp van de volledige site is het resultaat van een vruchtbare samenwerking met het ontwerpteam, bestaande uit SMAK Architects, Atelier Kempe-Thill, Kaderstudio en POLO.

Een visie voor de toekomst

Het komende jaar zal de volledige kantooroppervlakte worden afgewerkt en ingericht tot een moderne werkomgeving die voldoet aan de hoogste normen van comfort en functionaliteit. 6.750 m² wordt verkocht aan “We Are One World”, de overige 3.000 m² kantoorruimte zal LIFE behouden en verhuren.

Een samensmelting van erfgoed en innovatie

Montevideo belichaamt de perfecte fusie van waardevol erfgoed en vooruitstrevend ontwerp. Met architecten OYO en Dieter Vandervelpen aan het roer, wordt het project gekenmerkt door hoogwaardig design. Maar het gaat verder dan esthetiek alleen; Montevideo omarmt geavanceerde duurzaamheidstechnieken zoals geothermie en Smart Building Technology, waardoor een unieke en milieuvriendelijke kantooromgeving wordt gecreëerd.

Slimme aanpak warmte- en koudeproductie

Op de site  Montevideo wordt voor de productie van warmte en koude een geavanceerd concept toegepast dat zorgt voor een efficiënte energie-uitwisseling tussen verschillende gebruikers op het terrein. Dit wordt mogelijk gemaakt door een neutrale kring, waarop alle gebruikers kunnen worden aangesloten en waarbij resterende energie wordt afgevoerd door een combinatie van een BEO-veld en een drycooler.

M-gineers staat in voor de koppeling van het kantoor op de neutrale kring. Hiervoor is een innovatieve aanpak geïmplementeerd met behulp van een 6-pijps warmtepomp. Deze slimme warmtepomp maakt het mogelijk om energie uit te wisselen tussen ruimtes die warmte of koeling nodig hebben, waarbij het overschot aan energie wordt afgegeven aan de neutrale kring. En die energie kan dan weer gebruikt worden door de buren of wordt gestockeerd in de bodem.

Creatief proces

Het integreren van gebouwtechnieken in het kantoor is een nauwgezet en creatief proces, inclusief een intensieve samenwerking met de opdrachtgevers en architectenbureaus. Elk aspect, van roosters en kanalen tot leidingen en verlichtingsarmaturen, is zorgvuldig besproken en overwogen. Op basis van deze gesprekken hebben alle componenten nu hun plaats gekregen op de plannen. De 3D-beelden laten een veelbelovend resultaat zien. Nu de uitvoering is gestart zal alles ook snel in werkelijkheid vorm krijgen.

Voor de afgifte van warmte en koeling worden verschillende elementen gecombineerd, waaronder vloerverwarming en vloerkoeling. Waar nodig worden deze aangevuld met ventiloconvectoren of passieve koelbaken.

De toekomst van werkplekken

Met een oplevering gepland voor het eerste kwartaal van 2025, belooft Montevideo niet alleen een kantoorruimte te zijn, maar een centrum van innovatie en samenwerking. Van flexibele kantoorruimtes tot karaktervolle vergaderruimtes en evenementenlocaties, Montevideo biedt een veelzijdige omgeving die perfect is afgestemd op de behoeften van moderne bedrijven en professionals.

Ben je geïnspireerd geraakt door het innovatieve karakter van Montevideo en ben je op zoek naar een partner voor je volgende vooruitstrevende project? Bij ons ben je aan het juiste adres voor alles van technische studies tot duurzaamheidsonderzoek. Samen kunnen we de toekomst van bouwen vormgeven.

Een visie van verjonging

Royale Belge vertelt het verhaal van een glorierijk verleden dat samensmelt met een visie voor de toekomst.

Alhoewel Royale Belge in de jaren 60 een schoolvoorbeeld van luxeuze bedrijfsarchitectuur was - dankzij het gedurfde ontwerp van architecten René Stapels en Pierre Dufau - stond het complex sinds 2017 leeg. Als een eerbetoon aan zijn erfgoed - het project prijkt namelijk sedert 2019 op de erfgoedlijst - werd het gebouw i.o.v. Souverain 25, het consortium rond Cores Development, Urbicoon, Foresite & Ape, getransformeerd tot een multifunctioneel complex met kantoorruimtes en een hotel dat voldoet aan de behoeften van de hedendaagse wereld.

Toekomstgerichte functies

Het monumentale gebouw ligt te midden een beukenbos van zo'n tien hectare en combineert een aantal verschillende functies in horizontale lagen, waaronder 21.000 m² BREEAM gecertificeerde kantoorruimte en een viersterrenhotel van 14.500 m² op de derde, vierde en vijfde verdieping, goed voor een 200-tal luxekamers waar de gasten worden getrakteerd op een adembenemend zicht.

De ondersteunende faciliteiten omvatten een auditorium met 300 plaatsen, co-workingruimtes en vergaderzalen. Het hotel Mix heeft een bijhorende gym en wellness van 5.000 m², twee 25 meterzwembaden - waarvan eentje buiten -, drie restaurants en een bar. En voor de foodies is er ook foodmarket Fox met dertien luxueuze eetstalletjes.

Het complex is voorzien van een beveiligde fietsenparking met 280 plaatsen en 443 parkeerplaatsen voor auto’s.

Akoestisch comfort bij renovaties

De renovatie van Royale Belge luidt een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Watermaal-Bosvoorde in, en M-gineers is trots om hieraan bij te dragen. Een nauwe samenwerking met Caruso St John Architects, Bovenbouw Architectuur en DDS+ was essentieel. Zoals bij alle andere ontwerpaspecten, waren er in dit project tal van uitdagingen op vlak van akoestiek.

Naast het waarborgen van akoestisch comfort in verschillende functies zoals kantoren, hotels, restaurants, welzijns- en sportfaciliteiten, lag de nadruk op het bekomen van geïntegreerde ontwerpdetails voor alle verbindingen met de bijzondere gevel. Denk hierbij aan het aansluiten van wanden tussen kamers en vergaderruimtes op de beschermde gevel met zijn specifiek dragende staalstructuur, en het voorkomen van geluidsoverdracht tussen verdiepingen via de gevel na het verwijderen van plafonds en overbodige afwerkingen om de originele betonnen structuur weer zichtbaar te maken.

De akoestische uitdagingen van het atrium

We richten ons graag op het atrium en onze akoestische aanpak. Het beheren van de akoestiek in een atrium, vooral één dat wordt omringd door een mix van functies, is cruciaal om een comfortabele omgeving voor iedereen te creëren en een samenhangend geheel te realiseren. De open ruimte van het atrium kan geluid weerkaatsen en leiden tot een lawaaierige en echoënde atmosfeer, wat onaangenaam kan zijn.

Door de akoestiek vanuit verschillende invalshoeken te benaderen - absorptie, verspreiding, barrières en strategische planning - konden we een functioneel atrium realiseren en het comfort in aanpalende ruimtes verbeteren.

Een aantal punten uitgelicht:

  1. Geluidabsorptie: Specifieke absorberende driehoekige plafondtegels zijn op maat gemaakt om geïntegreerd te worden in het iconische plafond, waardoor een aangenamere en functionelere atriumruimte ontstaat die tegemoetkomt aan de diverse behoeften van de gebruikers. Door gebruik te maken van absorberende afwerkingen in de ruimtes die grenzen aan het atrium, werd het gebruik van dergelijke afwerkingen in het atrium zelf vermeden.
  2. Geluidverspreiding: De specifieke betonnen structuur in het plafond en de aanpalende lobby van het hotel zorgen voor een geluidverstrooiend effect. Dit wordt verder ondersteund vanuit het ontwerp door het vermijden van parallelle evenwijdige oppervlakken: het atrium heeft een rond ontwerp en de wandafwerkingen zijn gegolfd en bekleed met vilt.
  3. Geluidsisolatie: Voor ruimtes met een hoge privacy is adequate geluidsisolatie nodig, in combinatie met voldoende visuele connecties naar het atrium. Specifieke aandacht is besteed aan het integreren van technische installaties - zoals een ontrokingsysteem voor het atrium - boven en door de kantoorwanden.
  4. Geluidmaskering: Hoewel niet toegepast, is een onderzoekspiste de introductie van geluidmaskering door middel van een elektronisch systeem of waterpartij, wat verder kan bijdragen aan het akoestisch scheiden van de ruimtes. De geluidsactiviteiten van de ene zone worden gemaskeerd door het geluidlandschap van het atrium, waardoor ze niet hoorbaar zijn in de andere zone.

Ben je geïnspireerd geraakt door het verhaal van Royal Belge en ben je op zoek naar een partner voor je volgende ambitieuze renovatieproject? We staan je graag bij voor de studies akoestiek, stabiliteit, gebouwtechnieken en duurzaamheid. De toekomst wacht, en samen met jou zijn we klaar om die uitdaging aan te gaan.

Het drie jaar durend nieuwbouwproject wordt gefaseerd opgetrokken en bestaat uit vier bouwlagen over 21.600 m² met o.a. een nieuw chirurgisch dagcentrum, een afdeling voor moeder & kind en een uitbreiding voor de afdeling geriatrie & revalidatie.

Natuurelementen versus vervuiling

De nieuwe locatie geeft de mogelijkheid tot integratie van natuurelementen zoals het park en de oever van de Demer, wat een absolute meerwaarde kan bieden voor revalidatie en herstel, maar brengt ook een aantal moeilijkheden met zich mee. Naast de hoge grondwaterstanden door de nabijheid van de rivier werden eveneens veenlagen vastgesteld in de zeer slappe ondergrond. Hierdoor is de omgeving extra gevoelig aan zettingen bij verlaging van de grondwaterstand.

Bovendien bleek op de site een historische PFAS-vervuiling aanwezig in de ondergrond, doordat er vroeger een brandweerkazerne gelegen was. Om deze complexe combinatie van ondergrond- en omgevingsfactoren aan te pakken werd in samenwerking met de geohydroloog een uitgekiend bemalingsplan op maat uitgewerkt om een droge bouwput te kunnen realiseren.

Er werd gekozen voor een gesloten bouwput in de vorm van een soilmixwand, met een aangepast retourbemalingssysteem, dat eerst getest werd door het uitvoeren van een proefbemaling. Bij de grondwaterverlaging in de bouwput werd het opgepompte vervuilde grondwater continu gezuiverd en gefilterd vooraleer het terug werd geïnfiltreerd buiten de bouwput. Op deze manier werd de vervuiling aangepakt, en bleef de grondwaterstand rondom de bouwput in grote mate ongewijzigd waardoor de zettingsrisico’s naar de omgeving maximaal beperkt werden.

De paalfundering en kelderkuip konden vervolgens ‘in den droge' uitgevoerd worden. Momenteel is de bemaling stopgezet en gaat het grondwater langzaam weer richting zijn natuurlijke stand ter hoogte van de bouwput. Om te vermijden dat de kelder zou opdrijven door de grote opwaartse waterdruk zijn de paalfunderingen zodanig ontworpen om deze trekkrachten te kunnen opvangen.

Bovenbouw van de eengemaakte zorgcampus

De bovenstructuur is opgebouwd uit betonkolommen, zo veel mogelijk in geprefabriceerd beton om de bouwtijd te beperken, en kernen in gewapend beton, welke instaan voor de laterale stabiliteit van het gebouw.

Rondom rond zijn balken in gewapend beton voorzien die fungeren als verstijvend element voor de vloerplaten en progressive collapse voorkomen. Voor de vloeren is geopteerd voor een ter plaatse gestorte betonplaat met gewichtsbesparende holle elementen, die ingebetonneerd worden om het gewicht van de draagvloer te beperken. Op deze manier wordt een lichtere structuur gerealiseerd, wat zorgt voor een economisch en milieubewust efficiënt ontwerp, dat minder materiaalgebruik vereist.

Door het ontbreken van onderdoorhangende balken en het monoliete karakter van de draagvloer kan men bovendien ongehinderd technieken tegen de onderzijde van de plaat laten verlopen en doorboringen maken doorheen de plaat, wat uiteraard een groot pluspunt is voor een ziekenhuisgebouw.

Verbinding tussen oud en nieuw

Om het nieuwe gebouw met de bestaande campus te verbinden wordt over de Demer een stalen brug gebouwd. Hierbij zijn langsheen beide landhoofden paalmassieven opgebouwd, waarop de brugpeilers worden geplaatst. In samenspraak met de aannemer wordt de structuur van de brug verder gedetailleerd om een vlotte uitvoering te bewerkstelligen en te waken over een veilige en gemakkelijke aanlevering van de brugdelen tot op de werf.

Momenteel worden de laatste vloerplaten gestort en wordt de gevelsteen volop opgetrokken. Eind dit jaar kan de aannemer het gebouw wind- en waterdicht maken om in het voorjaar 2024 de ruwbouw af te ronden. De plaatsing van de technieken en afwerking is reeds parallel opgestart om tegen half 2025 te kunnen opleveren, waarna AZ Diest de nieuwe zorgcampus in gebruik kan nemen.

‘Door hun lange staat van dienst, zijn de gebouwen onlosmakelijk verbonden met het
uitzicht van de stad. We willen deze connectie en inbedding behouden en werken aan
een herontwikkeling geënt op maximaal behoud. De gebouwen lenen zich hier uitstekend
toe, nu ze structureel in zeer goede staat blijken te zijn en de meesten vrij makkelijk ook
andere invullingen toelaten. Behoud betekent dus niet dat we niet op zoek gaan naar
vernieuwing. Op de site in Halle bijvoorbeeld, zullen we in één gebouw een
kantoorfunctie behouden, terwijl het ander gebouw op de site verkocht zal worden om er
een school en zorgcampus in onder te brengen. Naast inzetten op behoud, kiezen we er
ook doelbewust voor om al in de oriëntatiefase op een geïntegreerde manier samen te
werken met de architecten van 51N4E en het studiebureau M-gineers. We zijn ervan
overtuigd dat deze samenwerking, met partners die onze visie en waarden delen, de
kwaliteit van de herontwikkeling enorm ten goede komt.’
Werner Joris, Partner, DWNTWN

Ondanks hun verspreide locaties delen de kantoorgebouwen opvallende overeenkomsten. Het herontwikkelen van deze goed bereikbare kantoorgebouwen naar een mix van dienstverlenende functies, wonen, zorg of onderwijs biedt interessante uitdagingen op alle vlakken, voor zowel architecten als ingenieurs.

De keuze voor een overkoepelend studieteam met een gedeelde visie rond behoud en geïntegreerde projectaanpak rond reconversie, en met eerdere succesvolle samenwerkingen, is de juiste aanpak voor deze portefeuille. Bij aanvang werd er een specifieke projectaanpak uitgestippeld met als centrale doelstelling het streven naar maximaal behoud en het voldoen aan de huidige en toekomstige normeringen.

‘Een succesvol reconversieproject begint met een goede matchmaking. Hoe beter het
nieuwe gebruik past bij het bestaande gebouw, hoe haalbaarder het resultaat zal zijn. Je
kan zeggen: “gebouw zoekt gebruiker i.p.v. gebruiker zoekt gebouw”. Een zeer goed
begrip van het gebouw en zijn omgeving is daarvoor noodzakelijk. Voor elke potentiële
gebruiker onderzoeken we de comptabiliteit van het programma met het bestaande
gebouw. Een goede samenwerking met lokale besturen, actoren en organisaties is
daarom noodzakelijk om te begrijpen wat de lokale noden zijn en zo een goede
matchmaking te kunnen faciliteren.
Als de nodige ingrepen beperkt kunnen blijven, kan ook de kostprijs, de complexiteit van
de werken en CO2-uitstoot tot het absolute minimum worden beperkt. Dat is belangrijk.
Want we geloven dat een betaalbare en efficiënte reconversiestrategie dé voorwaarde is
om de doelstellingen van Europa te halen om tegen 2050 het enorme bestaande
gebouwenpatrimonium ‘carbon neutral’ te maken.
Om dit te realiseren moeten we onze rol als architect, ingenieur en ontwikkelaar
bijsturen. Samen met M-gineers en DWNTWN hebben we een geïntegreerde
samenwerking opgezet om dit mogelijk te maken.’
Johan Anrys, Zaakvoerder, 51N4E

Gezien het een portefeuille betreft waarvan meerdere gebouwen in gebruik zijn, ligt de urgentie voor voorbereiding van de herontwikkeling steeds anders. Eén geïntegreerd team werkt aan de verschillende panden en dit leidt tot schaalvoordelen. Een proces van continue dialoog waarbij ieder vanuit zijn eigen expertise bijdraagt aan de visie over duurzaamheid, architectuur, economische haalbaarheid en comfort zorgt voor een maximaal rendement in de leercurve voor alle partners tijdens studie- en ontwikkelingsfase.

‘Bij een eerste screening van de verschillende panden merkten we dat de basisstructuur
van de gebouwen zeer degelijk is. De capaciteit van de bestaande structuur brengen we
in eerste instantie in kaart op basis van de beschikbare documenten en vullen we aan
met resultaten uit bijkomend onderzoek in situ. Op die manierkunnen we de impact van
de programmatorisch gewenste ingrepen als bijkomende trappen of kokers duidelijk in
kaart brengen en waar nodig ook bijsturen.’
Elisabeth Nijs, Principal Design Engineer, M-gineers

‘De gebouwen uit deze portefeuille voldoen niet aan de huidige normen, ze hebben een minimale
isolatiegraad en moeten steeds op hoge temperatuur worden verwarmd. Het komt erop aan de
warmteproductie fossielvrij te maken met een maximaal behoud van de warmte-afgifte, de leidingen,
de structuur en preferabel ook de buitengevel. Tegen 2050 moet het Europese gebouwenpark
koolstofneutraal zijn, dus wordt er een trapsgewijze aanpak voorzien, gebaseerd op de
conditiemeting en afgetoetst bij alle disciplines rond de tafel, gebeurt dit kosten- en
materiaalefficiënt en uitgezet in de tijd. Met de GRO-, EPC NR- en de ESG-doelstellingen in het
achterhoofd realiseren we zo een gebouw dat goed scoort op alle haalbare criteria.’
Bart Couwenbergh, Coördinator Duurzaamheid, M-gineers

‘Technische installaties niet circulair? Daar gaan we niet vanuit! We brengen de conditie
van de bestaande installaties in kaart en onderzoeken de mogelijkheid van hergebruik.
Met het duurzame stappenplan als leidraad moet het einddoel steeds een fossielvrije
warmteproductie zijn, tegelijk verliezen we het comfort en de regelgeving niet uit het
oog. Met het stappenplan onderzoeken we ook hoe we de vaak verouderde
infrastructuur met energie-efficiëntiewinst kunnen aanpassen aan de moderne
behoeften zonder daarbij het gebouw de facto uit te kleden tot op het structurele skelet.’
Frank Segers, Teamleader Gebouwtechnieken en Duurzaamheid, M-gineers

Gezien de omvang en schaal van het CNTR project werd ook over de praktische kant van samenwerken tussen de verschillende studiepartners nagedacht. Om een korte lijn te hebben tussen projectontwikkelaar, architect en studiediensten werken alle betrokkenen enkele dagen in de week ook fysiek samen in het CNTR atelier, gelegen in SEVEN, een van de eerste reconversies naar passiefkantoor van DWNTWN in Brussel Noord.

‘We merken dat kleine vragen of ideeën snel getoetst kunnen worden bij andere
disciplines. Vragen die anders verloren gaan in een drukke agenda van een
onlinemeeting of die leiden tot een wildgroei aan vergadermomenten,
worden opgelost aan de koffiemachine.’
Elisabeth Nijs, Principal Design Engineer, M-gineers

De gezamenlijke kantoorplek leidt tot een nog grotere synergie tussen de verschillende partijen. Er kan direct ingespeeld worden op de wensen van mogelijke gebruikers door de continue communicatie tussen projectontwikkelaar, architect en ingenieur. En als mooie toegevoegde waarde: een echte match wordt gecreëerd tussen eindgebruiker en het projectteam, samen met een geweldige teamgeest en sense of purpose.

© 2024 M-gineers. Alle rechten voorbehouden.